Skip to content

ACTIEPUNTEN

Stichting Behoud Twents Landschap

Wat is er aan de hand met ons landschap?

Het karakteristieke Twentse Landschap bestaande uit coulissen en maten gevormd door houtwallen, singels, bomenrijen, heggen en bosjes met daartussen de weilanden en de karakteristieke in Saksische stijl gebouwde boerderijen, vormen een landschap waar de Twentenaar met recht trots op is. Een landschap dat vroeger bekend stond om zijn diverse biotopen waarin een grote verscheidenheid aan dieren en planten voorkwamen.

Dit landschap is langzaam maar gestaag aan het verdwijnen, zonder dat men er erg in heeft. Het landschap wordt eentoniger. We zien steeds meer weiden met alleen nog raaigras zonder bloeiende kruiden. Er is aanzienlijk minder soortenrijkdom in de houtwallen en singels, alleen boomvormers blijven over. De kruid- en struiklaag is vaak verdwenen. Hierdoor worden deze landschapselementen steeds doorzichtiger. Veel vogelsoorten verdwijnen door gebrek aan voedsel, dekking en nestgelegenheid zoals weidevogels, patrijzen, veldleeuwerik etc.

Het verdwijnen van het karakteristieke Twentse Coulissenlandschap is al jaren gaande en zal, wanneer we het nu geen halt toeroepen, sluimerend verdergaan met desastreuze gevolgen.

Landbouw en landschap

Het is op zijn minst gezegd een uitdagende tijd voor de landbouwsector. De sector heeft te maken met een ononderbroken krimp van het aantal werkenden in de sector deels doordat er door mechanisatie steeds minder landarbeiders nodig waren, maar daarnaast is er ook een krimp in het aantal boerenbedrijven en in het grondgebruik, tegelijkertijd had de landbouwsector te maken met schaalvergroting en kwam de intensieve veehouderij in een stroomversnelling eind jaren 70’. Door de intensivering is het aantal dieren harder gestegen dan de hoeveelheid land. Gevolg is dat er niet genoeg grond is om alle dieren mee te voeren en de mest kwijt te kunnen. De producten die de boeren leveren (vlees, melk, eieren) worden voor zo’n 80% geëxporteerd.

Vandaag de dag staat de volgende uitdaging voor de deur, namelijk de overgang tot een duurzame landbouw met meer nadruk op plantaardige voeding en afzet in de korte keten. SBTL vindt dat landbouw hoort bij het klimaatvraagstuk. Landbouw wordt gezien als kans in dit geheel. Daarbij is de verduurzaming van de landbouw een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor ons allemaal.

Aan de basis van de verduurzaming van de landbouw staat het natuur-inclusief boeren. Dat is het optimaal gebruik maken van de natuurlijke omgeving en het tegelijkertijd integreren in de bedrijfsvoering. Daarnaast draagt natuur-inclusieve landbouw actief bij aan de kwaliteit van diezelfde natuurlijke omgeving. Natuur-inclusieve landbouw produceert voedsel binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving met een positief effect op de biodiversiteit. Natuur-inclusieve landbouw gaat niet enkel uit van landbouw in dienst van de natuur, maar van landbouw die juist gebruik maakt van de natuur, waardoor de milieudruk vermindert. SBTL ziet dit als een win-win verhaal, waarbij functionele agrobiodiversiteit samengaat met het verminderen van de milieudruk door het bijvoorbeeld verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in combinatie met het aanleggen en beheer van landschapselementen.

SBTL onderkent dat er een grote maatschappelijke uitdaging ligt voor de agrarische sector en vindt dat investeren in de toekomst niet volledig bij de agrarische ondernemer ligt, maar ondersteund moet worden door de (provinciale) overheid. Daarbij zien we dat er een grote druk ligt op de boer: hij is voedselproducent en tegelijkertijd beheerder van natuur, omgeving en landschap. Door de boeren in Overijssel te helpen, is er maatwerk nodig; daarbij moet er duidelijkheid komen voor de boeren die deel zijn van de oplossing. De boeren in transitie dienen perspectief te krijgen en ondersteuning te krijgen bij mogelijke bedrijfsopvolging, verduurzaming op bedrijfseconomisch vlak, maar ook op sociaalpsychologisch vlak. Alleen dan werken we samen verbindend aan een veerkrachtig landbouwsysteem in Overijssel en kunnen we een voorbeeld zijn voor landen om ons heen.

Om de kwaliteit en kwantiteit van de natuur te vergroten, zetten we in op een integrale benadering van natuur, landbouw en landschapsbeheer. Voorbeeld: om de meest kwetsbare natuurgebieden te beschermen willen we, rond de door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) benoemde kwetsbare gebieden, bufferzones creëren met ruimte voor natuur-inclusieve landbouw en op de Overijsselse landgoederen integratie van natuurbeheer en landbouw zoals bepleit door Overijssels Particulier Grondbezit.

Landschap en energietransitie

De grote ruimtelijke consequenties van de energietransitie naar duurzame opwekking en distributie betekenen extra eisen aan planvorming voor de (middel)lange termijn inzake ruimtelijke ontwikkelingen van onze landschappen en stedelijke gebieden.

Er moet in Overijssel grote terughoudendheid zijn in de aanleg van voor het bouwen van windmolenparken en grootschalige zonnevelden. Kwetsbare landschappen zoals in Salland (Nationaal Park Sallandse Heuvelrug) en Twente (m.n. Nationaal Landschap Noordoost Twente, Reggedal) dienen tot buiten de grens van 5 km daaromheen in het geheel gevrijwaard te worden van plaatsing van windturbines. De besluitvorming inzake afkalving van het Nationaal Landschap Noordoost Twente door zoekgebieden te creëren voor windturbines dien teruggedraaid te worden. Voor tijdelijke opslag van energie, waarmee de piek- en dal belasting van het net verlicht kan wordt, moet ruimte gereserveerd worden in de woonwijken bij stedenbouwkundige planvorming. Al deze maatregelen vereisen ingrepen in onze landschappen. Voor snelle en effectieve invoering van deze maatregelen is draagvlak onder de betrokken bevolking essentieel voor de ruimtelijke ontwikkeling op termijn waarin hun belangen herkenbaar gewaarborgd zijn, maatregelen vereisen ingrepen in onze landschappen.

Voorgestelde beleidspunten:

  1. Door gebruik te maken van de aanwezige kennis in, onder andere, de natuur- en agrarische sector kan de kwaliteit en kwantiteit van natuur en biodiversiteit enorme sprongen maken. Landbouw zien we niet als ‘vijand’, maar als ‘medestrijder’ voor het vergroten en verbeteren van natuur en biodiversiteit. Wetgeving zou meer doelgericht moeten worden en minder dwingend door te veel regelgeving.
  2. Eisen stellen aan commerciële grootschalige houtkap die de biodiversiteit ontwricht.
  3. Voortzetten en uitbreiden ook elders in de Provincie van zgn. Landschapsdeals zoals in Twente waarbij boeren worden ingezet als beheerder van het landschap en daarvoor ook een vergoeding krijgen.
  4. Bevorderen dat het verdienmodel van boeren wordt verhoogd door omschakeling naar andere gewassen waarbij de inkomsten stijgen. Stimulering teelt ten behoeve van regionale industrie en bouw, zoals bijvoorbeeld vlas voor kleding en riet en isolatiegrondstoffen voor de bouw. Opnieuw verbouwen van granen en daarbij meer onafhankelijkheid creëren. Hierbij ook rekening houden met gewassen die ‘klimaat bestendig’ zijn. Ook aandacht voor herstel van natuur buiten de Natura 2000 gebieden, waarbij een goede balans ontstaat tussen natuur, landbouw, economie en recreatie.
  5. Kwalitatieve verbetering van alle landschapselementen door meer duurzaam en ecologisch verantwoord onderhoud te plegen aan bosjes, houtwallen en singels. Deze landschapselementen kunnen worden doorgeplant met struikvormers als meidoorn, sleedoorn, hulst, egelantier, krent e.d. zodat de biodiversiteit kan worden vergroot.
  6. Beschikbaar stellen van gratis bosplantsoen aan particuliere grondeigenaren door SBTL om het coulisselandschap te versterken en de biodiversiteit te bevorderen. Vanaf september 2021 is het project: ‘Samen het Twentse Landschap nog mooier maken’ van start gegaan. Daarbij kunnen particuliere grondeigenaren een beroep doen op onze stichting om bosplantsoen beschikbaar te stellen (tot max. 500 stuks). De stichting zal zorgdragen voor vakkundig advies en begeleiding. Het zou wenselijk zijn vergelijkbare projecten ook elders in Overijssel van de grond te trekken.
  7. Het vergroten van de biodiversiteit beperkt zich niet tot natuur- en landbouwgebieden, maar krijgt ook gestalte in dorpen, steden en industriegebieden en langs onze wegen.
  8. Breidt het aantal Groen-Blauwe diensten contracten uit: maak als gemeenten en provincie budget vrij ter uitbreiding van het aantal contracten van Groene-Blauwe Diensten. Hierdoor worden de landschapselementen beter beschermd en duurzaam onderhouden.
  9. Duurzaam en ecologisch beheer van bermen en sloten: De Provincie, waterschappen en grondeigenaren dienen over te stappen op een duurzaam en ecologisch beheer van bermen en sloten (in navolging van enkele gemeenten die daar al eerder toe hebben besloten).
  10. Voorkom uitstroom van meststoffen naar het grondwater: grondeigenaren dienen gepaste maatregelen te nemen om te voorkomen dat meststoffen uitstromen naar het grondwater. Waterschappen maken zich hier al heel lang zorgen over. Ondrinkbaar grondwater in Twente is een bedreiging voor de volksgezondheid.
  11. Verbod op het gebruik van neonicotinoiden en glyfosaat : de provinciale overheid dient het gebruik van neonicotinoiden en glyfosaat per direct te verbieden. Neonicotinoiden doden direct en of indirect veel insecten. Uit studies blijkt dat glyfosaat een waarschijnlijke bedreiging is voor de volksgezondheid. Elk risico dient te worden vermeden bij het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.
  12. Herstel het bodemleven: grondeigenaren dienen over te gaan op een duurzaam herstel en instandhouding van het bodemleven. Onder anderen hierdoor kan er een voedselproductie ontstaan, waarin de consument vertrouwen heeft. Het injecteren van drijfmest staat hierbij ter discussie.
  13. Natuurnetwerk Nederland zou aansluiting moeten vinden bij verbindende ecologische ontwikkelingen in de bebouwde kom. In deze bebouwde omgeving moeten we ons richten op een veelzijdige aanpak waarbij alle mogelijkheden, groot en klein, worden benut (vergroening, ont-tegelen, wadi’s etc.)
  14. Nederland verdroogt, met desastreuze gevolgen voor natuur en economie. Verhogen van de grondwaterstand is noodzakelijk. Dat betekent ‘Teelt volgt peil’ i.p.v. het omgekeerde zoals nu het geval is. In de hogere delen van Overijssel betekent dit het accent op vasthouden van water.
  15. Door klimaatverandering wordt het gemiddeld warmer. Het weer wordt extremer, het wordt zowel natter als droger (zie ook verdrogingsbestrijding) en de neerslag zal steeds vaker vallen in piekbuien. Samen met de aanvoer van water vanuit het buitenland kan dit leiden tot overstromingen langs de grote rivieren en de zijbeken). Dit betekent naast maatregelen langs de grote rivieren en zijbeken vooral ook internationale afstemming met België, Duitsland en Frankrijk.
  16. Opstellen en uitvoeren lange termijn stikstof reductieplan om per sector recht evenredig de stikstofemissie te reduceren met 20% in 2026 en 50% in 2030. Recht evenredig betekent dat niet alleen de landbouw maar ook verkeer, vervoer , industrie en burgers daarin hun aandeel leveren.
  17. Mogelijkheden om energie op te wekken door middel van bio-energie met inzet van Overijssels snoeihout uit natuurgebieden en landgoederen dienen in kaart te worden gebracht.
  18. Duurzame energie: in Nationaal Landschap Noordoost Twente is de plaatsing van windmolenparken en zonneparken niet gewenst. Zonnepanelen op daken juichen wij toe. Er zouden op Provinciaal niveau ook regelingen moeten komen die het verduurzamen van slecht geïsoleerde woningen helpen bevorderen.
  19. Alles dient in het werk gesteld te worden om te voorkomen dat er een aftakking komt van de Betuwelijn (zgn. Noordtak) door aanleg door Achterhoek en Twente, waardoor onherstelbare schade aan landschappen en natuur ontstaat.